Verslag maart 2014 Als project voor de maand maart heeft Vrouwen voor Vrede gekozen voor de Vastenactie van MOV t.b.v. het Diomplor programma in Koidu, Sierra Leone. Zij helpen met 2000 euro.

Diomplor programma in Koidu

Sierra Leone

Sierra Leone ligt in West-Afrika. De hoofdstad is Freetown. Het land is in de 15e eeuw ontdekt door de Portugezen en voor Europa een belangrijke bron van slaven geweest. In de 19e eeuw werd Sierra Leone een Britse kroonkolonie en in 1961 werd het land onafhankelijk. Er waren toen twee belangrijke politieke partijen: de Sierra Leone People's Party (SLPP) en de All People's Congres (APC). De machtsbasis van de SLPP lag in het zuiden en die van de APC in het noorden van Sierra Leone.Een militaire coup in 1967 luidde het begin in van wat in 1991 escaleerde in een bloedige burgeroorlog. De helft van het land werd tot gevechtsgebied en een derde van de bevolking moest vluchten. De rebellen van het Revolutionair Verenigd Front (Revolutionary United Front, RUF) voerde strijd tegen de toenmalige regeringstroepen. Het RUF kreeg steun vanuit buurland Liberia. De rebellen kwamen in opstand tegen het corrupte regime, maar het ging ze ook om controle over de lucratieve diamantmijnen. Na elf jaar terreur en schrikbewind, legde de RUF in 2002 definitief de wapens neer. Aan het einde van het conflict was het land grotendeels verwoest en moest de bevolking per hoofd met 38 dollarcent per dag rondkomen. Zeventig procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Het is nu rustig in Sierra Leone. Er is een democratisch gekozen regering en het leger controleert ook de binnenlanden. Langzaam krabbelt ook de economie weer wat op. Het analfabetisme is echter hoog en veel kinderen hebben weinig toegang tot onderwijs en zorg, de kindersterfte is hoog in Sierra Leone: een op de zes kinderen overlijdt voor de vijfde verjaardag. Een belangrijke oorzaak is ondervoeding, maar ook malaria, diarree en longontsteking eisen hun tol. Ter vergelijking: in Nederland overlijdt een op de 250 kinderen voor hun vijfde verjaardag.

Het Diomplor-programma in Koidu, Sierra Leone

De zusters van St. Jozef van Cluny vormen een belangrijke missiecongregatie, die zijn wortels heeft in Frankrijk. Stichteres Anne Marie Javouhey leerde de mensen om haar heen onder andere met iedereen te delen wat ze hebben: "Deel met mensen die minder hebben, maar ook met hen die meer hebben. Deel gewoon! Deel van wat je hebt: je eigendom, je liefde en ook je kennis."Een van de projecten van de zusters van Cluny staat centraal tijdens de Vasten 2014: het Diomplor-programma in Koidu, Sierra Leone. Samen met een groot team van mensen uit Sierra Leone zelf, zorgen de zusters onder meer voor onderwijs voor de kinderen en helpen ze de ouders een eigen inkomen te verwerven. In het scholenmateriaal over Diomplor maken we bijvoorbeeld kennis met een jong meisje, Yumba. Ze vertelt ons over haar ouders en over de invloed van de oorlog, maar ook over school en de hulp en steun die ze van de zusters krijgt. Het Diomplor-programma begint als een spontaan initiatief in een vluchtelingenkamp in Guinee. De inwoners van Koidu zijn hierheen gevlucht tijdens de bloedige burgeroorlog. Zuster Teresa, een van de zusters van St Jozef van Cluny, woont tijdens de oorlog in Conakry, de hoofdstad van Guinee. Ze hoort over de verschrikkingen in de vluchtelingenkampen en weet onmiddellijk: "Daar zijn mensen die mij nodig hebben." Samen met zr. Mary Anthony bezoekt ze de vluchtelingen. De zusters ondersteunen de vluchtelingen in de kampen en vangen de kinderen op. Na afloop van de oorlog, keren de vluchtelingen terug naar huis. In 2003 vragen de mensen uit Koidu of de zusters zich bij hen willen vestigen om te helpen bij de wederopbouw. De zusters starten in 2004 hun eerste missieschool. Veel kinderen hangen op straat: er is geen geld voor school en vaak is er niets te eten. De zusters ontwerpen een simpel uniform en houden het schoolgeld laag. Met hulp van andere missieposten en van mensen uit Europa kunnen ze alle kinderen opnemen die ze ook in het vluchtelingenkamp hebben opgevangen. Er melden zich meer kinderen aan. Door de oorlog hebben ze geen onderwijs kunnen volgen. Ze zijn bovendien zwaar getraumatiseerd. De zusters en docenten volgen trainingen om te leren deze kwetsbare kinderen zo goed mogelijk te begeleiden. Een aantal leerkrachten is net als de kinderen in de vluchtelingenkampen geweest. Zij begrijpen de kinderen dus goed en mede daardoor heeft de groep al snel een goede, stevige basis. Om het niveau van het onderwijs te verbeteren, gaan ook de leerkrachten terug naar de schoolbanken. Sommigen starten met leren op afstand, anderen gaan naar chool in Makeni.

Tienermoeders

Tienermoeders kunnen binnen het Diomplor-programma een vak leren: bij de nijverheidsschool is een crèche waar de meisjes regelmatig naar binnen kunnen lopen om voor hun baby te zorgen. Omdat deze jonge moeders vaak zwaar getraumatiseerd zijn, zijn ze niet in staat gewoon onderwijs te volgen. Er is daarom meer flexibiliteit en geestelijke zorg op de school. De meisjes leren er koken en bedienen, haarverzorging en textiele werkvormen, zodat ze zelf hun brood kunnen verdienen. De leergang duurt vier jaar. Dan zijn hun kinderen oud genoeg om zelf naar school te gaan en kunnen de meisjes gaan werken als kok, kapster of naaister.

Business and savings-groepen 

Om de omgeving van de kinderen te versterken, kunnen de ouders deelnemen aan zogenoemde 'business and savings'- groepen'. Groepen van 10 tot 25 (voornamelijk) vrouwen vormen een soort vereniging met een voorzitter, een penningmeester en een secretaris. De groep wordt wekelijks begeleid door een eigen trainer vanuit het Diomplor-programma. De vereniging rijgt een lening tegen 10% rente. Alle leden krijgen hun deel. Daarmee kunnen ze een klein handeltje of winkeltje starten. De meesten beginnen een eigen bedrijfje, maar sommigen werken samen. De groep komt wekelijks bij elkaar. Iedereen legt dan 2000 'leonas' in de pot. De leone is de geldeenheid in Sierra Leone. Honderd leonas is € 0,02. Ieders wekelijkse inleg wordt bijgehouden in een eigen spaarboekje en in het kasboek van de vereniging. Als de groep een paar weken draait, opent ze een rekening bij de bank. Daarop wordt alle kasgeld gestort. De vereniging krijgt 5% rente op het saldo. Vanaf dit moment begint de groep met het - langzaam - aflossen van de lening . Als iemand het zich kan veroorloven, mag hij of zij ook meer inleggen. Daarmee bouw je meer krediet op en kun je als dat nodig is, een extra lening krijgen uit de 'pot'. Afhankelijk van de persoonlijke inleg en het verwachte rendement van de handel, bepaalt de groep of iemand uit de verenigingskas geld mag lenen. Op deze manier kan iemand zijn handel uitbreiden. Als iemand door ziekte of andere omstandigheden tijdelijk niet in staat is bij te dragen aan de verenigingskas, dragen de andere leden gezamenlijk het ontbrekende deel bij. De business and savings-groep is dan ook een belangrijk vangnet voor gezinnen: als de kostwinner ziek wordt, komt de familie niet onmiddellijk in de problemen. Dat is een belangrijk verschil met 'gewoon' microkrediet. 

Financiële steun

De zusters worden zeer gerespecteerd door de overheden, maar vooral de bevolking draagt hen op handen. Vastenaktie wil de zusters graag ondersteunen. Er moet namelijk nog veel werk worden verzet. De zusters vragen onze financiële steun om alles wat ze de afgelopen tien jaar hebben opgebouwd binnen het Diomplor-programma te bestendigen en te versterken.

Webstats4U - Free web site statistics Copyright © 2017 - Wereldwinkel Ridderkerk